Конструктор тестів
37
0
19
0
0
1
Welke dag is het in de tekst?
2
Welke dingen doet de hoofdpersoon in de ochtend?
3
Tot hoe laat slaapt de hoofdpersoon uit?
4
Welke eten en drinken koopt de hoofdpersoon in de supermarkt?
5
Hoe is het weer vandaag volgens de tekst?
6
Waar gaat de hoofdpersoon naartoe omdat het weer mooi is?
7
Met wie en waar drinkt de hoofdpersoon koffie?
8
Waar wandel de hoofdpersoon met een vriend?
9
Wanneer gaat de hoofdpersoon weer naar huis?
10
Wat doet de hoofdpersoon in de middag thuis?
11
Wat kookt de hoofdpersoon 's avonds?
12
Voor wie kookt de hoofdpersoon 's avonds?
13
Wat doen ze 's avonds samen?
14
Hoe noemt de hoofdpersoon deze dag aan het einde?
15
Wat betekent het woord «uitslapen» in de tekst?
16
Wat betekent het woord «het weer»?
17
Wat betekent «schoonmaken»?
18
Wat betekent «de was doen»?
19
Wat betekent het Nederlandse woord «gezellig»?
20
Welke dranken worden in de tekst genoemd?
21
Hoeft de hoofdpersoon op zaterdag te werken?
22
Welke activiteiten vinden buiten huis plaats?
23
Welke activiteiten vinden thuis plaats?
24
Waar koopt de hoofdpersoon brood en eieren?
25
Welke dagen van de week worden genoemd in de tekst?
26
Wat drinken de hoofdpersoon en de vriend in het café?
27
Wat hoort bij het huishouden in de middag?
28
Naar wat luisteren ze 's avonds?
29
Welke personen komen voor in het verhaal?
30
Slaapt de hoofdpersoon kort of lang uit?
31
Wat eet en drinkt de groep 's avonds?
32
Is het een drukke werkdag of een vrije dag?
33
Welke tijdstippen van de dag worden genoemd?
34
Wat doet de hoofdpersoon met de vriend in het park?
35
Welke werkwoorden staan in de tekst?
36
Is het café waar ze koffie drinken groot of klein?
37
Wat is waar over zaterdag?
Рефлексія від 0 учнів
Сподобався:
Так: 0
Ні: 0
Зрозумілий:
Так: 0
Ні: 0
Потрібні роз'яснення:
Ні: 0
Так: 0